Veilig rijden

Met een grote groep fietsen doen we vooral voor het plezier. Als stichting Wielervrienden Medemblik vinden we het belangrijk dat al onze “vrienden” weer veilig tuis komen, hierom een aantal stichtende woorden:

Als fietser, en dus als openbare weg gebruiker, houden we ons uiteraard aan de verkeersregels:

  • Stoppen bij rood verkeerslicht;
  • De voorste in de groep stoppen ook bij oranje;
  • Voorrang verlenen waar dat hoort;
  • Richting aan geven;

We proberen zo veel mogelijk smalle fietspaden, recreatiegebieden en woonwijken te vermijden. Soms gaat dat niet en zullen we dus de snelheid moeten aanpassen aan de omstandigheden. Ga hier dan niet in een waaier rijden maar rustig 2 aan 2. Denk aan spelende kinderen en loslopende dieren, als de voorste rijders dit zien geef een waarschuwing in de groep, blijf vriendelijk.

Verder hebben we als groep rekening te houden met andere weg gebruikers. Realiseer je goed dat andere mensen kunnen schrikken van de grote groep fietsers die aan komt schreeuwen. Bij inhalen geeft de voorste rijder aan dat er een hele groep aankomt. De achterste geeft aan dat hij of zij de laatste is en bedankt de ingehaalde. 

Het blijft ook belangrijk dat we elkaar in de groep attent maken op tegenliggers, inhalers, paaltjes en andere obstakels met de bekende kreten en gebaren. Uitwijken gebeurt op tijd en in vloeiende bewegingen. Achter je kijken gaat niet in de groep. Je wijkt gegarandeerd van je lijn. Moet je achter je kijken dan pak je je buurman bij zijn bovenarm en kijk je om. Probeert iemand jou van de weg te rijden dan duw je hem of haar rustig in de onderrug terug naar zijn plek. Maak geen onverwachtse bewegingen in de groep en rijd zo dat iemand altijd kan uitwijken (dus niet naast zijn wiel maar erachter).

De bidon pak je met je linkerhand. Een noodrem maak je dan met rechts waardoor je op je achterwiel remt en niet over de kop kan vliegen.

Iedereen draagt een helm en handschoenen zijn niet verplicht maar raden wij wel aan.

 

Voorkom een valpartij

Valpartijen zijn ze niet altijd te voorkomen maar dat proberen we natuurlijk wel. Een onderzoek naar mogelijke oorzaken en oplossingen is recent door een andere wielerclub uitgeplozen. Deze opsommin staat hier onder Uiteraard valt en staat de oplossingen met de gedragenheid en uitvoering door de renners zelf. Wij kunnen als stichting handvaten aandragen ter voorkoming van valpartijen. We hopen echter dat door naleving van de richtlijnen, valpartijen zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen.

Oorzaken valpartij
De oorzaken van de valpartijen kunnen per groep verschillen. De oorzaken zijn volgens ons onervarenheid, oververmoeidheid, roekeloos, elkaar niet waarschuwen, gevaarlijke route, te grote groepen. Per oorzaak is getracht om oplossingen te bedenken. De oplossingen vormen uiteindelijk de richtlijnen ter voorkoming van valpartijen.

1. Onervarenheid
Door de onervarenheid kunnen er problemen ontstaan bij het fietsen in een groep. Naast de fietstechnische beheersing, kan ook worden gesproken over een stukje onbekendheid bij het fietsen in een groep. In een groep fietsen is uiteraard iets anders dan alleen fietsen en vergt nog meer oplettendheid dan alleen fietsen, want naast het opletten op verkeer moet natuurlijk ook het achterwiel van de voorganger scherp in de gaten worden gehouden.

De meeste onrust in de groep ontstaat bij het zogenaamde inritsen (door bijv. wegversmallingen of tegenliggers), wisseling van koppositie, oversteken van wegen,

De fietstechnische aspecten worden vooral aangeleerd in de jongere jaren. Met name voormalige wedstrijdfietsers beschikken over goede fietstechnische vaardigheden. Er worden ook een heel aantal leden lid na bijv. een lange voetbalperiode. De leden hebben wel het vermogen om hard te fietsen, maar missen nog een stukje fietstechnische vaardigheden. Daarnaast zal een ervaren fietser ook rekening moeten houden met een onervaren fietser.

Oplossingen:

Mentoren van nieuwe renners
Hierin is een rol weggelegd voor de ervaren rijders in de verschillende groepen. Houd elkaar hierin scherp.

Houd voldoende afstand
Ga niet naast het achterwiel van je voorganger fietsen (geldt niet voor het “kop-over-kop” rijden of het “op de kant” rijden). Indien je voorganger onverwachts uitzwenkt rij je tegen zijn achterwiel.

Nooit abrupt van richting veranderen of remmen maar langzaam uitrijden
Hierdoor ontstaat onrust in de groep.

Niet remmen bij het raken van het achterwiel
De eerste reactie bij het contact met het achterwiel van je voorganger is remmen. Doordat je remt ontstaat er nog meer frictie en is de kans op een valpartij erg groot. Volgens Henk Lubberding moet je bij het raken van het achterwiel blijven doorfietsen.

Handen bij de rem
Iedereen wil natuurlijk “uit de wind fietsen” en kiest hiervoor positie, zo dicht mogelijk op het achterwiel. Indien onverwacht moet worden geremd telt elke seconde en ben je te laat, indien de handen niet bij de rem zijn geplaatst. Ook het gebruik van het zogenaamde “ligstuurtje” of “triatlonstuur” zijn verboden in de groep.

Gelijkmatig overnemen van de koppositie
Door het gelijkmatig overnemen (in het zelfde tempo) ontstaat er minder onrust in de groep.

Op een veilige manier inritsen
Het komt veelvuldig voor, dat tijdens de trainingsrit moet worden ingeschoven door bijv. een tegemoetkomende auto of een onoverzichtelijke bocht. De meeste reacties en misschien ook wel een natuurlijke reactie is afremmen. De veiligste manier is echter dat de fietser aan de binnenzijde iets in tempo toeneemt, zodat de fietser aan de buitenkant kan inschuiven. Dus niet remmen, maar doorfietsen en ruimte creëren voor het invoegen.

2. Oververmoeidheid
Het risico op valpartijen is groter, indien fietsers oververmoeid zijn. De concentratie wordt minder en de kans dat het achterwiel of iets anders wordt geraakt, wordt groter.

Oplossing:

Kies een groep die bij je past
Indien je na elke training oververmoeid aankomt, kun je je afvragen of je meefietst in de juiste groep. Andersom geldt ook hetzelfde, indien je elke trainingsrit de meerderheid van de groep “blauw en groen” laat zien, probeer dan het tempo aan te passen of ga in een groep hoger fietsen.

3. Roekeloos
Onder roekeloos kan worden verstaan niet uitkijken en niet fietsen als één saamhorige groep.

Oplossingen:

Steek gezamenlijk over
De voorste bepalen wanneer kan worden overgestoken.Minder de snelheid voor een kruising of voor de nadering van de bebouwde kom of de bekende/verwachte gevaarlijke verkeerssituatie. Houdt er rekening mee, dat iedereen kan oversteken. Steek niet over met de mededeling “er komt nog een auto aan”, wacht dan totdat de hele groep kan oversteken.

Let op het verkeer
De wegen zijn niet afgezet, dus wij zullen ons aan de verkeersregels moeten houden. Blijf dus weggetjes van rechts in de gaten houden en rem af en waarschuw elkaar. De auto van rechts die er eigenlijk nooit aankomt, kan er toch een keer aankomen!

Elkaar aanspreken op onverantwoord gedrag
Durf elkaar ook aan te spreken op onverantwoord gedrag.

4. Elkaar niet waarschuwen
Probeer elkaar te waarschuwen, het is vaak maar een kleine moeite, maar is erg plezierig voor de groep en dikwijls noodzakelijk. De voorste fietsers horen meestal niet de achteropkomende auto en de achterste fietsers zien niet altijd de tegemoetkomende auto.

Oplossingen:

Gebruik van vaste termen

Er zijn een aantal vaste termen om elkaar te waarschuwen.

Stop niet meer trappen en langzaam afremmen

Tegen bij een tegenligger

Voor bij inhalen van een andere weggebruiker

Achter de groep wordt van achteren ingehaald

Rechts bij rechtsaf: voorrijder met arm rechts

Links bij linksaf: voorrijder geeft dit aan met arm naar links

Lek uit de groep gaan en langzaam afzakken en stoppen

Dimmen voorrijders moeten iets minder hard gaan rijden,omdat bv. sommigen het tempo niet kunnen bijbenen

Ritsen iedereen gaat achter elkaar fietsen

Doorgeven boodschappen
Geef al deze boodschappen door van voor naar achter of van achter naar voor anders heeft het geen effect. Bevestiging door herhalen van de boodschap.

Andere weggebruikers waarschuwen
Andere weggebruikers schrikken soms van ons. Het is daarom van belang dat de voorste fietsers andere weggebruikers tijdig en vriendelijk “waarschuwen”. Dus niet van grote afstand roepen “aan de kant!!”, maar probeer te bellen. Geef bijv. bij het inhalen aan dat het een grote groep betreft. De laatste van de groep kan dan aangeven dat hij of zij de laatste is. Blijf altijd vriendelijk!

5. Gevaarlijke route
Rustige wegen uitzoeken
We proberen bij de trainingsritten zoveel mogelijk rustige wegen op te zoeken en proberen stedelijk gebied zoveel mogelijk te vermijden. Uit onderzoek is gebleken dat de meeste valpartijen van fietsers plaatsvinden binnen de bebouwde kom.

Gebruik fietspaden
In buurlanden zijn de fietspaden doorgaans erg smal, doordat bijvoorbeeld in Duitsland achter elkaar wordt gefietst in plaats van naast elkaar. In Duitsland gelden voor gesloten groepen de voor het totale rijverkeer uniform bestaande verkeersregels en bepalingen. Meer dan 15 fietsers mogen een groep (peloton) vormen. Men mag dan met z’n tweeën naast elkaar op de rijbaan fietsen. Volgens informatie van de NTFU, maar wordt nog nader gecheckt. In Nederland geldt deze bepaling niet en moet er gebruik worden gemaakt van het fietspad.

6. Te grote groepen
Hoe groter de groep des te alerter moet er worden gefietst. Daarnaast kan een grote groep erg verkeersonveilig zijn voor de overige weggebruikers, denk bijv. aan het inhalen van een grote groep fietsers door een auto.

Oplossing:

Groepen van maximaal 20 personen.
Indien er meer dan 20 leden van een groep aanwezig zijn kunnen de groepen worden opgesplitst.

Tot slot
Met de beoogde oplossingen kunnen valpartijen niet helemaal worden uitgesloten, maar valpartijen kunnen wel zoveel mogelijk worden beperkt. De praktijk zal het eindelijk leren. De aangedragen oplossingen worden gezien als richtlijnen en zullen worden teruggekoppeld met fietsgroepen. Dit document is een concept en kan na de terugkoppeling met de groepen definitief worden gemaakt.

Wij hopen dat met het stellen van deze richtlijnen het bewustzijn in het nemen van eigen verantwoording ten aanzien van het fietsen in groepen wordt vergroot.


Technische tips

1. Remmen op de juiste manier
De beste manier om snelheid te minderen is door te remmen met de voorrem. Belangrijk hierbij is dat je je gewicht goed op je zadel houdt. Anders komt je achterwiel omhoog en lig je voor over.
Voor de bocht moet je je snelheid aanpassen aan de scherpte van de bocht. Schakel ook meteen even terug. Zolang je fiets recht staat kan je remmen. Daarna remmen los, goed de bocht door kijken en focus je op een mooie geleidelijke lijn.
De regels voor nat wegdek zijn hetzelfde als voor droog wegdek. Wel is het verstandig om je bandenspanning met 1 a 2 bar te verminderen. Hierdoor heb je meer grip met nat wegdek. Het gevaarlijke aan nat wegdek is dat fouten in de techniek snel tot een valpartij leiden. Houd ook rekening met een langere remweg.
Als je alleen of vooraan een groep fietst, is het logisch dat je goed overzicht hebt. Maar ook achter iemand, is het van belang dat je weet wat er komen gaat. Dus kijk langs je voorgangers heen om te kunnen anticiperen.
Vooral binnen de bebouwde kom kunnen veel onverwachte dingen gebeuren. Fiets daarom altijd rustig door de bebouwde kom. Hieronder twee tekeningen van veel voorkomende gevaarlijke situaties:

Tijdens een afdaling kan je achterwiel nog eerder omhoog komen. Daarom is het beste om tijdens de afdaling vooral je achterrem en zo nodig gedoseerd je voorrem te gebruiken. Voorkom (te hard ) remmen in bochten, zo kun je gemakkelijk weg glijden, zeker met nat wegdek.

2. Bochten techniek
Je pedaal aan de binnenkant van bocht moet omhoog staan. Deze komt anders op de grond. Met de pedaal aan de buitenkant van de bocht kan je kracht zetten om meer druk op het wegdek uit te oefenen. Doordat je voor de bocht terug geschakeld hebt, kan je meteen na de bocht je snelheid weer opvoeren.

3. Langs je voorrijder heen kijken, probeer ver zicht te houden
Vooral met paaltjes en vluchtheuvels is dit belangrijk. Zorg ook altijd dat de koprijders van je groep signalen geven wanneer er gevaar dreigt. Dat maakt iedereen alert en voorkomt valpartijen.

Veel valpartijen ontstaan door andere weggebruikers die de snelheid van wielrenners verkeerd inschatten.

4. De juiste bandenspanning
Veel wielrenners pompen hun banden te hard op. Dit kan nadelig zijn bij nat en slecht wegdek en in bochten. Voor een gemiddeld renner is 8 bar met 23mm ruim voldoende. Tegenwoordig is de bredere variant van 25mm ook erg in trek, zelfs bij professionals.

Deze rijden met 6,5 tot 7 bar feilloos over een bochtig parcours. Op elke band staat aan de zijkant een maximale spanning aan gegeven.

Tot slot
Veel situaties heb je zelf niet in de hand. Door vaker te fietsen herken je gevaarlijke situaties eerder en krijg je een betere controle over je fiets. Vallen kan iedereen overkomen. Zorg daarom dat je altijd een valhelm draagt.