Afstellen derailleur

Achterderailleur racefiets

Reiniging achterderailleur
U reinigt de achterderailleur het beste tegelijk met de tandkransjes (achter), de ketting en de kettingbladen (vóór). Dan is de gehele aandrijving tegelijk schoon.
In de derailleurarm zitten twee derailleurwieltjes. Draai de twee schroeven los, zodat de derailleurwieltjes uit de arm kunnen worden genomen.
Let er op dat die twee wieltjes niet identiek zijn! Bij sommige merken staat keurig welk wieltje onder en welk boven hoort. Is dat bij de uwe niet het geval: onthoud dan wel wieltje waar zat.
Haal de wieltjes uit elkaar (vaak zitten er losse vulringetjes in) en leg de losse onderdelen even in reinigingsvloeistof (ontvetter) te weken.
Reinig ondertussen de arm en de overige vaste onderdelen van de derailleur met een borstel en een doekje en (alweer) wat ontvetter.
Maak alle onderdelen schoon en droog, vet de asjes van de wieltjes en de schroefjes in en zet de derailleurwieltjes weer in de arm. Op de wieltjes staat vaak een pijl die de looprichting aangeeft.

Inspectie achterderailleur
Plaats de fiets in de montagestandaard of fietslift en breng de ketting in beweging. Schakel nu de achterderailleur op en af.
Gaat het schakelen nog soepel en met weinig geluid?
Gaat de ketting bij het schakelen telkens slechts één tandkrans verder?
Blijft de ketting op dezelfde krans of verspringt hij er meer dan één, dan moet de derailleur opnieuw worden afgesteld.
Worden de grootste en kleinste tandkrans nog gehaald en kan de ketting (daarbij) niet van de kransjes lopen? Zo niet, dan dient het bereik opnieuw te worden afgesteld.
Indien de derailleurarm verbogen of gescheurd is, dan dient deze vervangen te worden.

Smering achterderailleur
Smeer de diverse draaipunten regelmatig. 

Vervanging derailleurwieltjes
De derailleurwieltjes moeten worden vervangen wanneer ze, ook na een schoonmaakbeurt, niet meer soepel lopen. De (de)montage daarvan staat hierboven beschreven onder reiniging achterderailleur.

Afstellen achterderailleur
Plaats de fiets in de montagestandaard of fietslift, zodat de aandrijving kan worden gebruikt terwijl de fiets op zijn plaats blijft.

Spanning binnenkabel afstellen
Begin met te controleren of er voldoende spanning op de binnenkabel van de achterderailleur staat. Dat doet u door de ketting op het kleinste achterblad te zetten. Wanneer de kabel dan slap hangt, kan deze met behulp van de stelnippel, die aan het einde van de buitenkabel zit, op spanning worden gebracht. Bij een juiste afstelling mag er bijna geen speling meer in zitten. Een andere manier is om de binnenkabel los te maken bij de derailleur en deze even aan te trekken. Zorgt u er dan voor dat de derailleur op een kleine versnelling staat, zodat de spanning van de kabel is.
Zit de binnenkabel té strak, dan is de stelnippel teveel uitgedraaid, zodat de ketting het kleinste blad niet kan vinden. Komt de ketting wél op het kleinste blad, dan is het op spanning brengen van de binnenkabel gelukt. Voor het bereiken van het grootste blad achter geldt een identiek verhaal, maar dan zit de binnenkabel te los.
Schakel nu een tandje groter en draai de ketting voorwaarts. Deze moet zich dan verplaatsen naar de op één na kleinste tandkrans. Lukt dit niet dan moet de stelnippel uitdraait worden. Probeer dit ook uit bij alle andere versnellingen.
Wanneer de kabel wordt aangetrokken, schakelt de ketting over naar een grotere krans, maar bij een te slappe kabel zal dit problemen opleveren. De stelnippel moet dan iets uitgedraaid worden. Bij het schakelen naar een kleinere tandkrans geldt naar natuurlijk het tegenovergestelde.

Op de derailleur zelf treffen we drie stelschroefjes aan. We beperken ons hier voorlopig tot de twee die zijn gemerkt met een H en een L. Deze twee schroeven zorgen voor de begrenzing van de ketting, zodat de ketting er niet af kan lopen. Het derde schroefje komt aan bod bij Afstellen derailleurwieltjes.

Afstellen hoogste versnelling
De H-schroef is voor het afstellen van de hoogste versnelling. Komt de ketting niet meer makkelijk op de kleinste tandkrans van de cassette, dan moet de H-schroef gebruikt worden.
Wanneer u (met de schakelaars aan het stuur) de ketting vóór naar het grootste kettingblad en achter naar de kleinste tandkrans heeft geschakeld, dan kunt u er met de stelschroef H voor zorgen dat de derailleurwieltjes recht onder de tandkrans komen te staan. Dat is de juiste afstelling.
Draait u de H-schroef uit (= tegen de klok in) dat gaan de wieltjes (vanaf de achterzijde van de fiets gezien) naar rechts. En bij het indraaien naar links, maar dat had u zelf ook wel kunnen bedenken. Anders gezegd:indien de ketting over de kleinste tandkrans heen dreigt te lopen en tussen het frame en de cassette terecht komt, kan dit opgelost worden door de H-schroef in te draaien (= met de klok mee).
U ziet: het is allemaal niet zo moeilijk als het er uit ziet!

Afstellen laagste versnelling
Dat kan na lezing van het vorenstaande geen verrassing meer zijn. Maar goed: u wilt nog helemaal niet naar buiten en bovendien bent u vreselijk gespannen of u het zonder hulp wel redt. Daarom een korte herhaling van het bovenstaande, maar dan omgekeerd.
De L-schroef is voor het afstellen van de laagste versnelling.
Draai de L-schroef zo ver linksom (= tegen de klok in) dat deze de beweging van de derailleur niet kan hinderen.
Schakel de ketting nu voorzichtig naar het kleinste kettingblad (vóór) en de grootste tandkrans (achter). Schakel daarbij niet te ver door, anders loopt de ketting in de spaken en dit verhaal in het honderd.
Nu is het de bedoeling dat de derailleurwieltjes door aan de L-schroef te draaien recht onder de grote tandkrans worden afgesteld. Lukt dat niet dan is de binnenkabel te slap is afgesteld, zodat deze strakker moet worden afgesteld. Dus de buitenkabel verlengen zoals hierboven onder Spanning binnenkabel afstellen is omschreven.
En dreigt de ketting over de grootste tandkrans heen te lopen en de spaken te gaan rammen, dan moet de L-schroef iets worden ingedraaid, dus met de klok mee.
Maar we zijn er nog niet, want zoals we hierboven al stelden, zitten er op een achterderailleur drie schroefjes. En dat derde schroefje is voor de …

Afstellen derailleurwieltjes
En ook hier geldt weer: het is allemaal niet zo moeilijk, maar u moet het even weten.
Met dat derde stelschroefje, ook aangeduid als B-stelschroef, regelt u de hoek van de derailleur met het frame en daarmee de afstand tussen het bovenste derailleurwieltje en de grootste tandkrans achter.
Het bovenste derailleurwieltje moet zo dicht mogelijk bij de grootste tandkrans komt, vanzelfsprekend zonder dat een en ander tegen elkaar komt. Door de B-schroef uit te draaien (= tegen de klok in), vermindert de ruimte en andersom.
Bij een SRAM-derailleur dient de afstand tussen de punten van de grootste tandkrans en het bovenste derailleurwieltje exact 6 mm te zijn. Als u de cassette verwisselt, moet de afstand opnieuw worden ingesteld voor de nieuwe grootste tandkrans.

De fijnafstelling
Aan het einde van het kabelhoesje(aan de achterderailleur) vindt u de stelnippel voor de fijnafstelling.
Schakel de ketting vóór op het buitenblad en achter op de kleinste krans. Draai de ketting vooruit en schakel achter één kransje groter. Als dat niet (soepel) gaat als de ketting veel lawaai maakt, draai dan de stelnippel zo ver linksom dat het schakelen wel soepel gaat.
Slaat de ketting bij het schakelen een tandkrans over, draai dan de stelnippel rechtsom totdat de derailleurwieltjes in lijn staan met de tweede tandkrans.
Zo gaat u alle kransjes langs, waarbij u vanzelfsprekend de grote kransen test in combinatie met het kleine kettingblad vóór.
Maar let op: wat thuis prima werkt kan onderweg nog wel eens ontregeld raken. Als u merkt dat tijdens het rijden versnellingen worden overgeslagen respectievelijk blijven hangen dan moet u de kabel losser draaien respectievelijk strakker. Bedenk daarbij ook dat nieuwe derailleurkabels vooral in het begin wat rekken. Dit kan tot gevolg hebben dat de derailleurs niet direct reageren op het commando dat u via de schakelaars geeft. Ook dan moet de spanning in de kabels worden bijgesteld.

 
Voorderailleur racefiets

Reiniging voorderailleur

U reinigt de voorderailleur het beste tegelijk met de kettingbladen (vóór), de ketting en de tandkransjes (achter). Dan is de gehele aandrijving tegelijk schoon.
Reinig de voorderailleur met een borstel en een doekje en wat reinigingsvloeistof (ontvetter) en wrijf de derailleur droog.

Inspectie voorderailleur
Plaats de fiets in de montagestandaard of fietslift en breng de ketting in beweging. Schakel nu de voorderailleur op en af.
Gaat het schakelen nog soepel en met weinig geluid?
Blijft de ketting op hetzelfde kettingblad of gaat de ketting (bij een triple) bij het schakelen meer dan één tandkrans verder? Dan moet de derailleur opnieuw worden afgesteld.
Kan de ketting van binnen- of buitenblad lopen, stel dan het bereik opnieuw in.
Controleer bovendien of de kooi van de derailleur nog goed staat. Is de kooi verbogen of gescheurd, dan dient deze te worden vervangen.

Smering voorderailleur
Smeer de diverse draaipunten regelmatig.

Voorderailleur afstellen
Plaats de fiets in de montagestandaard of fietslift, zodat de aandrijving kan worden gebruikt terwijl de fiets op zijn plaats blijft.
Na lezing van het bovenstaande zal veel van het volgende u bekend voorkomen.
Ook op de voorderailleur vinden we drie stelschroefjes.
Eén daarvan is voor de hoogte afstelling van de “kooi” waarmee de ketting van het ene blad op het andere geduwd wordt. De onderkant van deze kooi dient ongeveer 1mm boven het grootste kettingblad te staan en daaraan parallel lopen. de binnenzijde van de derailleurkooi moet parallel staan aan het grootste tandwiel
De andere twee schroefjes (ook doorgaans aangeduid met een L en een H) zorgen weer voor de afstelling van de hoogste en laagste versnelling.

Afstellen laagste versnelling
Schakel de ketting vóór op het kleinste blad en achter op het grootste.
Door de L-schroef uit te draaien (= tegen de klok in) wordt het kleine blad beter bereikt. Vervolgens wordt de schroef zó gedraaid dat de ketting net langs de linkerbinnenkant van de kooi loopt. Kan de ketting met schakelen het kleine blad niet bereiken, dan dient de binnenkabel wat losser gedraaid worden (= met de klok mee) met behulp van het indraaien van de stelnippel die zich aan het eind van de buitenkabel bij het stuur bevindt.
Lukt dat niet, dan stelt u de derailleurkabel als volgt. Draai de kabel los bij de derailleur. Draai aan de L-schroef totdat de linker binnenkant van de kooi ongeveer 0,5 mm van de ketting staat. Zet de schakelhendel op de stand voor het kleinste blad en trek de kabel strak.
Draai de nippel op de kabel zo ver mogelijk uit (= tegen de klok in) en draai de kabel weer vast bij de derailleur.

Afstellen hoogste versnelling
Da’s natuurlijk meer van hetzelfde, maar dan andersom. Daar gaat ‘ie.
Schakel de ketting vóór op het grootste blad en achter op het kleinste.
Door de H-schroef uit te draaien (= tegen de klok in) wordt het grote blad beter bereikbaar. Vervolgens wordt de schroef zó gedraaid dat de ketting net langs de rechterbinnenkant van de kooi loopt. Geeft u de ketting teveel ruimte dan zal deze tussen blad en crank terechtkomen. Kan de ketting met schakelen het grote blad niet bereiken, dan dient de binnenkabel wat losser gedraaid worden (= met de klok mee) met behulp van het indraaien van de stelnippel die zich aan het eind van de buitenkabel bij het stuur bevindt.